February 4, 2015

October 13, 2014

Please reload

Onzichtbare beperking

October 13, 2014

 

Gehoorverlies is een onzichtbare beperking en dat brengt twee belangrijke problemen met zich mee. Ten eerste zien anderen het niet. Mijn hoortoestel zit verborgen onder mijn lange haar. Er wordt geroepen, maar er komt geen reactie. Meestal denkt iemand dat een ander niet wil horen. Het komt niet snel in mensen op dat een ander niet kan horen. In een gezin of in een vriendengroep leert men al snel rekening te houden met iemand met gehoorverlies en zegt men: ‘O ja, da’s waar ook, dat hoort – ie niet’. In de maatschappij daarentegen wordt het lastiger en kunnen er vervelende situaties ontstaan. Ik ga al een tijd als doof persoon door het leven. Ook ik maak net zoals andere dove en slechthorenden vervelende situaties mee.


Ik hou van lezen, dat doe ik enorm veel! Vanuit thuis ben ik opgegroeid met een enorme hoeveelheid aan boeken. Zo nu en dan sta ik wel eens in de boekenwinkel, lekker te neuzen in de boeken. Als je niet hoort zijn andere zintuigen altijd extra gevoelig. Zo ben ik gevoelig voor het geur van nieuw gedrukte boeken die in de winkel liggen. Heerlijk vind ik dat! Laatst besloot ik een kijkje te nemen in de Bruna op het station in Den Bosch. De winkel is smal en lang, vol met boeken en tijdschriften uiteraard. De gangpaden zijn toegankelijk voor 1 persoon. Met twee naast elkaar is het niet te doen. Die dag kwam ik vanuit mijn werk en dook gelijk even de boeken in. Na 15 minuten wat rondgekeken te hebben, en nieuwe ideeën te hebben opgedaan voor een nieuwe reeks boeken die ik wilde aanschaffen wil ik de winkel uit lopen. Vanuit mijn ooghoek valt er mij een leuk tijdschrift op. Ik buk om even op mijn hurken om door het tijdschrift te bladeren. Met mijn enorme grote leren handtas die over mijn schouder hangt. Als je niet hoort, worden andere zintuigen sterker. Ook het gevoel. Ken je het gevoel; dat er iemand achter je staat? Maar niet weet of het zo is, toch zegt je gevoel dat je even om moet kijken. Met dat gevoel draaide ik mijn hoofd weg van mijn tijdschrift en keek omhoog. Er stond een flinke kerel voor mij met een gefrustreerd gezicht. Ik zie zijn mond op en neer gaan, daaruit kan ik opmaken dat hij allerlei dingen zegt. Snel sta ik op om hem te woord te staan. Voordat ik mijn excuses kon aanbieden, omdat ik het gangpad zo’n beetje bezet hield waardoor die man er niet door kon. Kwam er uit zijn mond rollen: ‘ Zeg jij! Ben je STOKdoof ofzo?! Ik sta hier al even!’. Heel snel pik ik de articulerende woorden van deze man in me op. Algauw heb ik door dat hij me beledigd. Al 28 jaar ga ik doof door het leven, en hoe ouder ik word hoe meer ik weet met dit soort situaties om te gaan. Ik kijk naar zijn gefrustreerde hoofd nadat hij zijn woorden heeft uitgesproken. En ik antwoord heel rustig: ‘Meneer. Ik ben geen stok, maar toevallig wel doof!’ . In een seconde zie ik hoe mijn woorden hem raken, zijn gefrustreerde hoofd veranderd in een vuurrood paniekerig hoofd. En stamelt: Meisje neem me niet kwalijk! En die man heeft de schrik van de dag gehad. En loopt weg….  In deze situaties word een persoon met gehoorverlies beschuldigd van onwil. Doof of slechthorendheid heeft gevolgen op allerlei vlakken in het dagelijks leven en functioneren. Die gevolgen zijn niet voor iedereen hetzelfde.

Naast negatieve gevolgen in de maatschappij krijg ik ook veel begrip en steun. Zelfs van onbekende mensen. Negen jaar geleden werkte ik in de V&D bij La Place, ik werkte achter de kassa. Elke dag kwamen er honderden mensen voorbij. Mijn woorden waren geautomatiseerd in woorden wat men betalen moest, of ze ook hun airmiles pasje bij hun hadden en het bestek achter de kassa verkrijgbaar was. Ook de reacties van mensen kwamen vrijwel hetzelfde uit elke mond gerold. Goedemorgen, goedemiddag, heeft u een servetje, waar kan ik het bestek vinden, asjeblieft, dankjewel. Allemaal woorden die je verwacht in die context. Op een middag kwam er een man, met een enorme circussnor. Een enorme snor die over zijn lippen hing. Dat als hij sprak, al zijn haren letterlijk en figuurlijk op en neer wapperde. Snorren en liplezen gaat niet samen. De man sprak met een zware stem. Maar wat ik ook probeerde te “lezen” achter die grote snor. Ik begreep hem niet. ‘Meneer, ik begrijp u niet. Kunt u herhalen wat u net zei?’ Waarop de man zijn woorden herhaalde. En ik hem zo aandachtig mogelijk probeerde te begrijpen. Wilde hij een servetje? Wilde hij weten waar het bestek was? Ik kon er geen woord uit halen. Opnieuw vertelde ik de man dat ik hem niet begreep, want ik ben doof. Of hij het kon herhalen? Hij gebaarde, met zijn schrijfhand. Heb je een pen? Natuurlijk dacht ik. Hij wil opschrijven wat hij wil zeggen! Ik gaf hem mijn pen en zocht een papiertje waarop hij kon schrijven. De man tikte mij aan op mijn schouders, en zodra ik mij omdraaide zag ik wat hij had bedacht. Het papiertje had hij namelijk niet nodig! Hij pakte de pen en duwde deze onder zijn enorme snor. ‘Meid, kun je me nu wel begrijpen als je mijn lippen kan lezen?’ Waarop ik ja antwoordde. De man zei: ‘Ik wilde alleen maar zeggen dat je je werk heel goed doet vandaag!’. En lachend liep de man weg. En liet mij verrukt met een enorme lach achter bij de kassa. En mijn dag, je raadt het al, die kon niet meer stuk!

Please reload