February 4, 2015

October 13, 2014

Please reload

Wat is totale communicatie voor mij?

October 14, 2014

 

Het is herfstvakantie, ik ben een weekje in Engeland. Mijn beste vriendin woont hier in het zuidwesten van Engeland. Zij is logopedist op een speciale school voor horende kinderen met een meervoudige beperking.

Maandag mocht ik een ochtend mee lopen bij haar op het werk. Die ochtend gaf zij een cursus ‘Totale Communicatie’ aan ouders. Totale Communicatie is het ondersteunen en bevorderen van communicatie met diverse visuele middelen zoals foto’s, pictogrammen, gebaren, gesproken taal en verwijzers. Het gebarensysteem dat in Engeland veel gebruikt wordt met kinderen met een verstandelijke beperking heet Makaton, vergelijkbaar met Weerklank gebaren in Nederland. De belangrijkste woorden in een zin worden gebaard. Ook al is deze doelgroep waarin mijn vriendin werkt niet doof, het zette mij wel aan het denken: Wat is voor mij Totale Communicatie?

In 1880 werd tijdens het tweede internationaal congres voor doven onderwijzers in Milaan een resolutie aangenomen die bepaalde dat het dovenonderwijs het beste de ‘orale methode’ kon volgen. Leerkrachten moesten tijdens hun lessen gesproken taal zonder gebaren gebruiken. Dit omdat een deel van de congresgangers van mening was dat gebaren slecht zou zijn voor de (taal)ontwikkeling van dove en slechthorende kinderen. Een misvatting die pas in 1964 rechtgezet werd. De werken van de Nederlandse taalkundige Bernard Tervoort in 1953 en de Amerikaanse taalkundige William Stokoe in 1963 zijn de belangrijkste mijlpalen in de erkenning van gebarentalen als echte, natuurlijke talen. Bij hersenonderzoek is gebleken dat gebarentaal van dezelfde hersengebieden gebruik maakt als gesproken taal. Vanaf de jaren tachtig van de 20ste eeuw keerde het gebruik van gebarentaal langzaam en geleidelijk terug in het Nederlands dovenonderwijs. In 1997 (!) werd de vierjarige HBO opleiding tolk/docent Nederlandse Gebarentaal opgericht. Beide ontwikkelingen hebben invloed op de Nederlandse dovengemeenschap en onderwijs, die zich steeds meer bewust is geworden van het belang van gebarentaal.

Ikzelf ben geboren in 1986, en in 1997 was ik 11 jaar oud. Ik groeide op in de horende cultuur. Mijn ouders hadden er bewust voor gekozen om geen gebarentaal te gebruiken in mijn opvoeding, en te proberen het duidelijk spreken en goed leren liplezen  te stimuleren. Tijdens het bezoeken van scholen voor dove kinderen kregen zij de indruk dat gebarentaal het kind isoleert van de horende wereld. Zij wilden dat ik goed Nederlands zou kunnen spreken en later literatuur zou kunnen lezen. De basisschool waar ik op zat, daar werd ook geen gebarentaal gebruikt.

 Ik leerde me zo goed en zo kwaad als het kon staande te houden en had totaal geen weet van de dovenwereld, dovencultuur, tolkgebruik en gebarentaal. Na de middelbare school wilde ik niet naar het regulier HBO onderwijs, tolkgebruik was mij immers niet bekend en ik deed een thuisopleiding. Gedurende mijn jeugd had ik met name horende vrienden, maar ook een paar slechthorende vrienden. Zij beheersten net als ik geen gebarentaal. Door mijn opvoeding en mijn genoten onderwijs was ik sterk van mening dat ik gebarentaal niet nodig had. Met mijn positieve instelling ging ik door het leven. Ik had het leuk, maar ik liep continue alles en iedereen achterna. Ik wilde niks missen. De wereld  probeerde ik te begrijpen door te luisteren, te observeren en te liplezen. Dit was doodvermoeiend. Maar hoe hard ik ook mijn best deed, hoe vaak ik ook om hulp vroeg, ik voelde mij eenzaam.

Toen mijn vierde jaar aanbrak en ik stage moest gaan lopen wilde ik dit maar al te graag op een school waar ook leerlingen zouden zitten met dezelfde beperking als ik. Ik wist als geen ander hoe de wereld eruit zag voor kinderen die zelf doof en of slechthorend zijn. Kentalis Talent bood mij een baan aan en al gauw kreeg ik een vaste aanstelling. Omdat ik en nog een aantal dove medewerkers allemaal oraal zijn opgevoed, hebben wij samen een gebarencursus gevolgd op Talent. Op Talent was er al enige tijd sprake van tweetalig onderwijs*1.

Door de cursussen die ik volgde en het werken op Talent werd mij de boodschap langzaam duidelijk. Door dit besef begreep ik langzaam ook wat dit voor mij betekende als doof persoon. Niet veel later verkeerde ik in een identiteitscrisis. Ik was het zat, ik gaf op, ik was doodmoe.
Moe van het bijhouden van alle gesprekken.
Moe van het continue vragen waar gesprekken over gingen.
Moe van het continue alert zijn.
Moe van het nergens echt bij horen.

Er ging een nieuwe wereld voor me open. De dovenwereld. Ik leerde vloeiend gebarentaal te beheersen als tweede taal. Ik leerde hoezeer ik mij kan ontspannen in deze wereld. Elk gesprek kan ik volgen zonder hulp van anderen. Ik voelde me voor het eerst ergens thuis. Ik leerde nieuwe dove vrienden kennen of horende gebaartaalvaardige vrienden. Door nieuwe vrienden te maken, raakte ik ook horende vrienden kwijt die mijn vermoeidheid niet begrepen. Omdat ik nu gebarentaal beheers kan ik gesprekken zoals vergaderingen ´live´ volgen met een tolk. Hierdoor is gedurende jaren mijn mening langzaam veranderd ten opzichte van 6 jaar geleden, toen ik gebarentaal nog niet nodig achtte.

Afgelopen vakantie heb ik gepraat met mijn ouders. Mijn ouders staan altijd voor me klaar, ze betekenen heel veel voor mij. Hun beslissing mij oraal op te voeden heeft mij gemaakt tot wie ik ben. Ik vroeg me af waarom zij in die tijd ervoor hadden gekozen mij oraal op te voeden zonder gebarentaal. Het was een heel mooi emotioneel gesprek, een gesprek waarin ik kon vertellen wat ik heb geleerd over het voordeel van het tweetalig opvoeden van dove kinderen. Een gesprek waarin ik als hun dochter eindelijk kon vertellen wat ik nodig heb in het dagelijks leven en had gemist.  Wat is voor mij Totale Communicatie? Wat geeft mij een ontspannen gevoel? Gesproken taal en liplezen, maar ook gebarentaal. Dit is voor mij Totale Communicatie.

Niet alleen voor mij. Maar ook voor heel veel andere dove en of slechthorende leerlingen en volwassenen. Laat het kind proeven van twee werelden zodat zij zelf al vroeg de keuze kunnen maken. Wel of geen Cochleair Implantaat (CI), het kind is en blijft doof. Ook met hulpmiddelen zoals CI of hoortoestellen gaat zonder gebarentaal nog veel informatie verloren. Dit is mijn boodschap, mijn boodschap aan iedereen.

 

1*Rond de jaren negentig van 20e eeuw hadden de guyotscholen te Haren het tweetalig onderwijs voor dove leerlingen ingevoerd. Daardoor behaalden veel dove kinderen betere resultaten op diverse gebieden. Dit project tot invoering van het tweetalige onderwijs voor Doven bleek succesvol te zijn. De kinderen konden zowel het Nederlands als de Nederlandse Gebarentaal goed beheersen en hun sociaal-emotionele ontwikkeling werd meer vergelijkbaar met die van de niet-dove leerlingen in het reguliere onderwijs. De rest van de dovenscholen volgden het voorbeeld van H.D.Guyot Instituut.

Tags:

Please reload